<                                PLAN LEEFTUIN


1. Tuin                       
2. Woning                       
3. Aanvullend inkomen               
4. Gemeenschappelekheid, samenwerking
        1. tuinindeling               
        2. woningenplan               
        3. gebruik van technic         
        4. bestuur                
5. Uitvoering


Gemeenschappelek project

1. organisatie
2. financiering
3. wetteleke vereisten
4. wijze en duur van uitvoering

Toevoegingen

1. Het oppervlak van een zelfvoorzienende huishouding
2. Van boerenbedrijf naar meervoudige leeftuin
3. Woonwerkplaats Ecotarc
4. Van huis met tuin naar aangepaste of beperkte leeftuin


==========================================









                                            
                                                               

















































2.  VAN BOERENBEDRIJF NAAR MEERVOUDIGE LEEFTUIN  (1)
   
Vrij afgelegen aan een rustige weg is bestaande situatie te koop voor ongeveer 300.000. Aanliggend weiland 100.000, erf met opstallen 200.000. Het laatste bij voorkeur in een lagere prijsklasse: zelfvoorzienende nieuwbouw deels passendst en goedkoopst.
Voor zover de kwaliteit van de grond toereikend en bouw- en woonvergunningen worden afgegeven door de gemeente, zou het weiland kunnen worden verdeeld in 16 stroken van 2400 m2, het erf in een hoofderf met boerderij en stal, 3200 m2, een zijerf met stal, 3200 m2 en een achtererf met stal, 1600 m2.
Andere verdelingen zijn uiteraard mogelek, deze heeft het voordeel van aaneengesloten randen boomgaard, wei, akkers. moestuinen, woningen, terwijl beoogde leeftuinoppervlakken: 2500 m2 per volwassene exclusiv productie voor 'buiten', aardig worden benaderd.
De 16 stroken met bouwvergunningen worden door de vereniging of stichting waarin het geheel over zou kunnen gaan, uitgegeven voor bijvoorbeeld 9000 dan wel voor een overeenkomstige pacht. Het achtererf met forse stal voor 24.000, het zijerf met stal voor 15.000 en het eventueel in twee of drie te delen hoofderf met boerderij en stal voor 140.000.

Wellicht en al dan niet tegen vergoeding aan het achtererf een windmolen- en machinerecht, aan het zijerf een winkelrecht, aan het hoofderf een restaurant- en logiesrecht toe te voegen.

De koopsom overstijgende inkomsten vloeien in de kas van de vereniging of stichting en dienen onder meer om een in deeltijd werkende administratie te bekostigen.

Van de bewoningsplaatsen gelden de stroken voor l, de zijerven voor 2, het hoofderf voor maximaal 4 volwassenen. Eventueel extra bewoningsplaatsen in de vorm van woningen zonder grond, weekendhuisjes.

Grond kan onderling in bewerking worden gegeven. genoemde en nader uit te werken rechten ter plekke,  aan anderen uitbesteed.

De nieuwbouw verdiepingsloos, in overwegend natuurleke materialen: hout, baksteen, riet-, pannen-, grasdaken, uit te voeren.

-------------------------------------------------------------------------------------------------
(1): te volgen door 2, 3, enz. Zie verder voor toelichting 'Plan leeftuin'.
              ^
3.  WOONWERKPLAATS ECOTARC

1.1  De woonwerkplaats is in hoge mate zelfvoorzienend en wel qua 1. waterhuishouding 2. voedselvoorziening 3. stoffen voor kleding 4. energiehuishouding 5. bouw- en constructiematerialen 6. overige goederen, diensten.

1.2  Dit om redenen van 1. ecologie 2. gezond en natuurlek leven en werken 3. loon- en marktonafhankelekheid.
Met een minimum aan vervoersnoodzaak (goederen, mensen) en een gering gebruik, ook indirect, van machines en chemise procťdťs scoort de kleinschalige overwegend zelfverzorgende huishouding hoogst in energiebesparing, laagst in milieuvervuiling bij in beginsel voortreffelek wonen en werken.
Economie van het genoeg en duurzame economie bij uitstek.

1.3  In een aanvangsfase zal de mate van zelfvoorziening lager zijn. De woonwerkplaats stimuleert self supporting bevorderende initiativen.

1.4  Goederen en diensten niet zelf of ter plaatse voortgebracht worden in beginsel betaald uit productie van goederen, dienstverlening voor externe markten.

2.1  Het grondoppervlak van de woonwerkplaats omvat het oppervlak vereist voor zelfverzorgende productie waaraan toegevoegd ongeveer eenzelfde oppervlak voor 'externe' productie en of voor beperkte uitbreiding.
1. Voor het oppervlak vereist voor zelfverzorgende productie wordt uitgegaan van 2500 m2 vruchtbare grond per volwassen bewoner.

2.2  Iedere deelnemende huurt of heeft in beperkt eigendom een of meerdere aanwijsbare delen grond van 2500 m2.
1.   Huur of bezit van meer dan twee kavels wordt in relatie tot de woonwerkplaats als geheel verantwoord naar interne en externe productie of eventuele uitbreiding van het bewonertal. (zie 4.)

2.3  Het merendeel van de 2500 m2 kavels bevat het recht tot een woonplaats erop.
1. Voor woonplaatsen zonder aanliggende grond zijn elders kavels ingedeeld.
2.  Kavels voor 'externe' productie liggen over het algemeen buiten het woonkavel gebied.

2.4  Over de grond kunnen algemene tuinindelingsregels gelden ten gunste van
aaneengesloten stroken wei, akkers, boomgaarden, moestuinen, paden, e.d.

2.5  De deelnemende beschikt over betreffend grondstuk(ken) voor geheel of
gedeeltelek eigen gebruik, gebruik met anderen, gebruik door anderen. (verhuur, zie 4.)

2.6  De deelnemende kan de grond aan anderen overdragen mits dezen de doelstellingen van de woonwerkplaats onderschrijven en door de bewoners ervan worden aanvaard.

2.7  Valt de woonwerkplaats uiteen dan hebben deelnemenden de mogelekheid eigen en eventueel andere grondstukken in eigendom te nemen.
                                         
3.1  Plaats, vormgeving, bouwwijze en materiaalkeuze van te bouwen, te verbouwen of aan te bouwen woningen en werkplaatsen is onderhevig aan toetsing aan de doelstellingen en aan goedkeuring van de woonwerkplaats als geheel.

3.2  De woonwerkplaats is niet verplicht woningen en opstallen in eigendom van deelnemenden bij vertrek van dezelfden over te nemen.

4.1  De productie- en productverdeling in de woonwerkplaats komt tot stand door zelfverzorging per enkeling, gezin, deelgroep en door wederzijds al dan niet gemeenschappelek aanbod en afname van producten, diensten.

4.2  Productive en consumptive voornemens van deelnemenden worden getoetst aan de zelfvoorzienende en aanvullende marktvoorzienende doelstellingen van het geheel en per termijn in onderling overleg zoveel mogelek op elkaar afgestemd.

4.3  Een evenwicht tussen gangbare uurlonen en biologise marktprijzen kan onder meer door een stelsel van belastingen en subsidie worden gezocht.

5.   Een vereniging van deelnemenden en belangstellenden beheert de woonwerkplaats in voornoemde en nader uit te werken zin.
4.  VAN HUIS MET TUIN NAAR AANGEPASTE OF BEPERKTE LEEFTUIN. (0)

Het huis in stad, dorp of buiten op een wat kleiner of groter grondoppervlak.

Voor zover meer gedeeltelek, aangepast aan huis, tuin en omgeving, in voedsel, water, brand- en bouwstoffen, afvalstoffenzuivering, in de korte kringloop kortom, wordt voorzien.

(0): te volgen door 1, 2, 3 enz., waarin bestaande of voorafgaande situatis worden vergeleken met beperkte leeftuinsituatis.


Woord achteraf

' Plan leeftuin', ' 89, was inbreng in een vergadergroepje ' Landplan' dat na ontmoeting op een congresdag 'de Groenen' een aantal keren bijeenkwam.
Aanvankelek meer bedoeld als plan voor een enkele leeftuin, werd het aldus mede vorm gegeven door de gelegenheid.
Na ' Landplan' volgde deelname aan een andere groep: ' Ecodorp'.
De ' toevoegingen' zijn deels daaraan te danken.

=======================   
               schaalaanduidingen bij benadering
Studio zelfvoorziening, ' 92,' 02.

> Zelfvoorziening en laagdrempelig rentenieren. (nwsbrf 24)
> Vereniging voor zelfvoorzienend levensonderhoud. (nwsbrf 32)

                                                                                                             
^
  .
                                                                                                                   .
================================
                                                
toevoegingen

----------------------
    
                                       

1. HET OPPERVLAK VAN EEN ZELFVOORZIENENDE HUISHOUDING
  
a. Gemiddeld gebruik in kg. per mens per jr.
   ------------------------------------------------------------

brood, meel            120                           granen        90
aardappelen            130                           aardap.     130
groenten, conserv.     85                        groenten        85
fruit, trop. fr.              60                               fruit        60
suiker                       32
vlees                        33                            peulvr.       65
melk                       160
kaas,                         8
boter, olie, vet           26                              melk      250
eieren, aantal          220

Naar gegevens van Voorlichtingsbureau voor de Voeding, ' 72, Den Haag.
Brood teruggebracht tot granen. Suiker en vlees omgezet in peulvruchten. Voor
olie en vet voorlopig boter ingevuld en boter en kaas omgezet in melk. Eieren
weggelaten.

b. Gemiddelde opbrengst van granen enz. in kg. per ha., m2 per jr.
   -------------------------------------------------------------------------------------------

granen (gem.)           4000,   0.4                 0.2        kg.m2
aardappelen            35000,   3.5                 1.75         ,,
groenten (gem.)       30000,   3                    l.5           ,,
fruit                         20000,  2.                   1             ,,
peulvr.                       3000,  0.3                 0.15         ,,
melk                                                        0.365       ,, 

Naar Landbouwcijfers ' 72, Tuinbouwcijfers ' 72, Centrum voor Landbouwpublicaties
en Landbouwdocumentatie, Wageningen.
Een halveringsfactor voor het niet gebruik van kunstmest en chem.
bestrijdingsmiddelen ingevoerd. Zou opbrengstcijfers overeenkomstig 1875-1900
geven.
De Alternatieve Konsumentengids, apr.' 84, vermeldt 10-30% lagere opbrengsten
bij biologise land- en tuinbouw. (blz. 13)
Ook 'Onderzoek naar het opbrengstvermogen van een volkstuin', M. van Ede, ' 53,
doet eventueel wat hogere dan de gehalveerde opbrengsten vermoeden.
Verondersteld verder dat geen meststoffen behoeven te worden aangevoerd.
Voor melk 1 koe per hectare en 10 liter per koe per dag gerekend.

c. Gemiddeld grondoppervlak zoals afgeleid uit a. en b.
   ---------------------------------------------------------------------------

granen          450 m2
aardappelen    75 ,,
groenten         57 ,,
fruit                60 ,,
peulvr.          434 ,,
melk            685 ,,
                 -------
                  1761 m2

De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat zonder stoffen voor kleding, brand- en
bouwstoffen, 1750 m2 vruchtbare grond per mens gemiddeld voldoende is om van
te leven.
Met 2500 m2 per deelnemende (plm. het vruchtbaar oppervlak per inwoner in
Nederland) komt een zelfvoorzienende huishouding , exclusiv grond voor aan
markten te leveren stoffen, wellicht toe.
-------------------------------------------------------
                                                          ^
                                                                                                                  .
Gemeenschappelek project
                                                                      

Bij een meervoudige tuin planuitwerking en deelnameontwikkeling mogelek als volgt.

1. Organisatie

Op basis van een aanvangsplan wordt een eerste groep van drie, vier of meer gevormd.
Deze produceert een aangevuld, gewijzigd plan, roept een vereniging, stichting of andere rechtspersoon in het leven en werft verdere deelneming.
In een derde en volgende fasen voortgaande uitwerking van plan, organisatie, statuten, secretariaat.
Werkgroepen komen tot stand. Enkelen ervan oriŽnteren zich op verwerving van grond en op de bijkomende wetteleke vereisten.

2. FinanciŽring

Uitgaven voor organisatie (secretariaat, notariskosten. advertentis, ... ) komen in uit regelmatige bijdragen van de deelnemers.
Eenmaal op een tuin gevestigd voorziet deze dan al dan niet te verhogen contributie in de eventueel talrijke gemeenschappeleke uitgaven ter plekke.
Is grond door bemiddeling van de rechtspersoon te koop of te pacht dan vergt dat van de deelnemenden vanaf f. 10.000 respectivelek f. 100 per maand. (2500 m2 agr. grond,' 92).
In geval van koop op afbetaling behoren leningen tegen een lage rente van medeleden, productie voor dezelfden en extra productie voor 'buiten' tot de mogelekheden die kunnen worden onderzocht.
De verworven grond blijft tegen een redelek bedrag overdraagbaar aan anderen mits deze de tuinregels onderschrijven en door de overige tuinbewoners worden aanvaard.
Voor (zelf)bouw van de woning, inrichting van de tuin en aanloopkosten zou eenzelfde bedrag als voor de grond voldoende kunnen zijn.
Tuin en woning betaald rest, bij een gedurig en zelfvoorzienend verblijf, een regelmatig aanvullend inkomen voor onder meer verzekeringen, belastingen, reserves, van bijvoorbeeld f. 400 per maand.
                                                             
3. Wetteleke vereisten

Het aantal deelnemenden op zeker moment gedeeld door vier bepaalt ongeveer de omvang in hectaren van de grond of van het landbouw-, veeteeltbedrijf met een minimum aan opstallen, dat in aanmerking komt te worden gekocht of gepacht.
Uitoefening van merendeels zelfvoorzienende (low input, output) land- en tuinbouw, veeteelt, visvangst en wat daarbuiten liggende externe productie (recreatie, gezondheidszorg, scholing, ...) lijkt goed verenigbaar met agraris, groen en soms ook natuur van bestemmingsplannen.
Voor zover een bijbehorende woonvergunning is gebaseerd op economise gebondenheid aan een gemeente en zich vestigenden middels zelfstandige productie, deeltijdarbeid, eigen middelen, uitkering in aanvullend inkomen voorzien, zou alleen een bouwvergunning, niet zonder meer of in het geheel niet afgegeven kunnen worden.
Is de groep niet te groot dan kan in het laatste geval eventueel met aanpassing van bestaande bouw worden volstaan. Bij aanhoudende onmogelekheid een gewenste bouwvergunning op of aanliggend aan 'agrarise' grond te verkrijgen zou naar een vestigingsplaats in andere landen kunnen worden gezocht.
Voor zover, bij oververtegenwoordiging van werkloosheidsuitkeringen in de plangroep, een woonvergunning op onoverkomenleke bezwaren stuit valt, zolang de leeftuingemeenschap en of aanliggende gemeente geen gelegenheid bieden in een aanvullend inkomen te voorzien, het aanhouden van een woonadres elders te overwegen.
                                                     
 
4. Wijze en duur van uitvoering

Deelnameontwikkeling, organisatie, uitwerking gesteld op ongeveer een jaar, opbouw en inrichting op een negental jaren.
Zodra aan de voorwaarde van grond en bijkomende wetteleke vereisten is voldaan, vangt een aantal deelnemenden, gebruik makend van geÔmproviseerde behuizing, met woning(ver)bouw en tuinaanleg aan. Na een tweetal jaren zijn ze wellicht redelek op gang en hebben binnen de gestelde termijn een zekere mate van zelfvoorzienend, natuurlek leven bereikt. Anderen, hun activiteiten elders afbouwend of ontwikkelingen nog even aanziend, besteden weekeinden en vacantis aan de opbouw van hun leefplaats. Hierbij gebruik makend eventueel van diensten van er gedurig vertoevenden en eraan gehouden tijdens verblijf ter plekke geproduceerd voedsel en sommige andere producten voor zover aanwezig af te nemen.
Binnen de gestelde termijn worden alle deelnemenden geacht op de meervoudige leeftuin woonachtig en werkzaam te zijn. Is dit niet het geval dan valt hen een status van vrije tijds- of gastverblijvende toe en wordt het merendeel van hun grondaandeel (voortgaand) gepacht of overgenomen ten behoeve van anderen, indien aanwezig of fondsen ertoe beschikbaar.
                                                                                                                
^ ^                                                   

1. Tuin

Een niet al te groot vruchtbaar oppervlak voorziet in een woonplaats, in werk en verder in voedsel, water, brand- en bouwstoffen, stoffen voor kleding.

2. Woning

Belangrijkste bouwstoffen ervoor uit tuin of omgeving. Steen in veel gevallen, aarde, klei, hout. Gebruik van niet zelf te winnen en te vervaardigen materialen als cement, glas, kunststof, in geringe hoeveelheden. Watervoorziening middels put en of opvang van regenwater. Bij voorkeur zelf filteren van drinkwater. In droge streken aanvoer van water middels leidingen. Koken en stoken veelal op hout. EfficiŽnt omgaan met deze warmte. Aanvulling met zonnewarmte, opslag ervan, wellicht compostwarmte. Verlichting zogewenst met olielampen en kaarsen.

De leidingloosheid van de woning: geen water, gas, electra, eventueel geen tele
foon, geeft een indicatie van mate van zelfvoorzienendheid, natuurlekheid.

3. Aanvullend inkomen

Is het niet mogelek, wenselek in alles zelf te voorzien, een aanvullend geldinkomen uit 'invoervrije' productie voor anderen of uit deeltijdwerk elders, dekt ziekte- en ouderdomsverzekering, belastingen, eventueel pacht of afbetaling en verdere diensten en goederen niet zelf verzorgd. Voor regelmatige agrarise, recreative of andere commerciŽle productie wordt grond aan het vooralsnog op ongeveer een kwart hectare vruchtbare grond per persoon gestelde oppervlak toegevoegd.                           

4 Gemeenschappelekheid
, samenwerking                                                     

Samenwerking van bijeenliggende tuinen in vormen van onderlinge arbeidsspecialisatie en ruil, koop verkoop, zowel als in vormen van gemeenschappeleke productis voor eigen gebruik, voor anderen, is op velerlei wijze uitvoerbaar.
Blijvend eigendom van ieders gelijk deel grond en een redeleke zeggenschap erover binnen algemene doelstellingen van zelfvoorzienend, natuurlek leven is bij gemeenschappeleke projecten wellicht een goed uitgangspunt.
Gevarieerde mogelekheden voorts van tuinindeling, woningenplan, gebruik van technic, bestuur, vragen bij samenwerking om wederzijdse overeenstemming.

                     1. Tuinindeling

In een algemeen tuinplan zouden aaneenliggende tuinen een rand bomen, boomgaard, werkplaatsen, stroken wei en akkers, moestuinen en een woonrand te zien kunnen geven.
Ongeveer dezelfde elementen in enigerlei aaneenschakeling is het resultaat van afzonderleke indeling.
In verband met eigendomswisseling van de percelen en de verschillende mogelekheden van samenwerking: gezamenleke productie en verdeling van de opbrengst naar prestatie, behoefte : wederzijdse productspecialisatie en ruil, koop verkoop, onderlinge pacht, schenking : vrij ver doorgevoerde zelfvoorziening per enkeling, gezin, deelgroep : verdient een combinatie van beide indelingsuitersten misschien de voorkeur.

                     2. Woningenplan

Keuzemogelekheden tussen meer of minder aan regels gebonden vrijstaand en vormen van aaneengesloten en zelfs 'gestapeld' wonen.
Bij aaneengesloten en bij geregeld vrijstaand is een cirkel- of halve circelvorm een mogelekheid die goed aan de woning liggende, met een algemeen tuinplan verenigbare tuinsectoren geeft.
Bij stapelbouw komt een terrasvorm op een al dan niet kunstmatige heuvel of wal, die tevens dient voor warmteopslag, het meest in aanmerking.
De woningen van goede kwaliteit verondersteld, is er verder veel- of vrijvormigheid enerzijds versus een zekere gelijkvormigheid anderzijds.

                    3. Gebruik van technic

De technise invulling van een zelfvoorzienende, natuurleke huishouding speelt zich
-op basis van noodzaak, wenselekheid- af binnen de ruimte aangegeven door
maximaal zelf, natuurlek eenvoudig, grondstoffen ter plekke en minimaal niet zelf,
industrieel technologis, grondstoffen, half- en heelfabricaten van elders.
Te minimaliseren onder andere (hand)gereedschappen(ijzer), bouwstoffen (cement,
glas, kunststof) en een aantal 'chemise' en medise stoffen of fabricaten. In een
aanvangsfase zal het gebruik van 'niet zelf of ter plekke' producten ongetwijfeld
ruimer zijn. Hout voor woningbouw, plantmateriaal, zaden, nog niet zelf gesmede,
geheel of gedeeltelek ter plaatse vervaardigde werktuigen, enzovoort.
Gebruik van waterleiding bij tijdeleke of gedurige noodzaak ertoe.
Bij tekortschieten van hout, maar ook anderszins, passive en active zonne-energie,
wellicht compostwarmte. Aanvullende energievoorziening middels windmolen,
zonlichtcellen, biogas-, alcohol- of andere brandstofproductie en desnoods wat
kolen, olie of afname van electra.
In de woning zou electrise apparatuur op eventueel radio en soms telefoon na
kunnen ontbreken. De communicative tech mogelek van energie te voorzien met
zonlichtcellen. Keuze voor aansluiting op kabel (telefoon) maakt
beeldschermgebruik wellicht minder onwaarschijnlek. Warmwaterverzorging met
behulp van hete stenen, ketel, een op de schoorsteen aangesloten vat,
zonnewarmtecollector.
In de woning verder wat handwerktuigen.
Een aan of van de woning gelegen werkplaats zou afhankelek van de mate van
individuele werkspecialisatie en het type productie voor 'buiten' een oven voor ijzer,
voor glas, voor klei, voor brood, een biogasinstallatie, een of andere motor, een
laboratorium en dergeleke kunnen bevatten.
Een rijwiel voorts en een uitzonderlek ultra licht gemotoriseerd voertuig lijkt met
een overwegend natuurleke, zelfvoorzienende leefwijze niet in strijd.    
                              
In gemeenschappelek of meervoudig plaatselek verband zou zo een deel van het
minimum aan technic direct of indirect gebruikt aanwezig kunnen zijn. Omvang en
verscheidenheid ervan ongeveer toenemend met het aantal bijeenwonenden. Een
enkele tractor, auto, beeldscherm, telefoon, windmolen, ..., een aantal medise
voorzieningen.
De aanwezige technic in samenhang met leven van het land privater of
gezameleker in deeltijd te onderhouden.
                                                                                                                                           4. Bestuur

Een geheel van onderling overeengekomen en overeen te komen regels omschrijft
individuele en gezameleke gedragsmogelekheden ten aanzien van een aantal
zaken.
Een raad van gelijk stemgerechtigde deelnemenden besluit over deze regels.
Bestuurstaken als secretariaat, boekhouding worden evenals andere algemene
dienstverlening in deeltijd uitgevoerd en overeenkomstig vergoed.

                     5. Uitvoering

Na verdere vaststelling van beoogde wijze en mate van zelfvoorzienend, natuurlek
leven volgt verwerving van grond en bijkomende wetteleke vereisten.
Bouw van woning(en) en aanleg van tuin(en) daarna voltooid zijnde en in aanvullend
inkomen voorzien kan het plan als uitgevoerd worden beschouwd.

---------------------------------------------------------------------------                  
^