<
                                                       nieuwsbrief zelfvoorziening
------------------------------------------------------------------------------------------------------------------

16                                                                 jan.feb.mrt '05 

bij jaargang ' 05

tuinstad                                                                                              citaat

utopische verkenningen 2
                            
  .
                                                                                                                
Bij jaargang ' 05

Lezende een goed jaar ! Van de voornemens ' 04 kwam weinig terecht (o.a. mode
: zelf kleding maken; medicijnen: zelfgenezing, zelfmedicatie; brochure Zelfvoor-
ziening en laagdrempelig rentenieren; uitwerken van de korte kringloop gedachte). Dus blijven ze staan al lijkt de kans er dit jaar aan toe te komen niet groot.
Wat wel gelukte was, bij uitblijven van aansturing van buitenaf (inzendingen), de nieuwsbrief vrijer in te zetten voor Studio zelfvoorziening publiciteit.
Eveneens werd de tweemaandelijkse regelmaat, vanaf nu effectief losgelaten. Veel op dat punt echter verandert, naar het zich laat aanzien, aanvankelijk niet.
Aldus, met voortgaande spoed.
                                                                                                                    .
Tuinstad


Om de arbeidersbevolking ontsnapping te bieden uit de misère van de industriële metropool lanceerde Ebenezer Howard rond 1900 een revolutionair model voor ste- delijke ontwikkeling: de tuinstad. ... Het model van de tuinstad was een zelfvoor- zienende en autonome stad van maximaal 32.000 inwoners, midden op het platte- land, waarheen zowel de bevolking als de industrie zou verhuizen. Het tuinstadmo- del was een complete samenleving op lokaal schaalniveau.
------------------------------------------------------------------------------------
uit samenvatting dissertatie Tuinsteden-tussen utopie en realiteit. 
http://www.niwi.knaw.nl/nl/oi/nod/onderzoek/OND1252411/toon

Volgens webpaginas van de ' 98 tentoonstelling De regie van de stad, honderd jaar stedenbouw in Europa, Nederlands Architectuur Instituut :
Hierin (1) presenteerde hij het idee van de Tuinstad dat in deze eeuw lange tijd als de hoeksteen van de moderne stedebouw werd beschouwd. Zelden had een idee zoveel invloed, getuige de vele tuinwijken en tuindorpen die in de loop van de twin- tigste eeuw gebouwd zijn. Er zijn echter slechts twee echte Tuinsteden gereali- seerd: Letchworth (1903) en Welwyn (1919).

In 1899 werd onder leiding van Howard de Garden City Association opgericht, die in 1902 als Garden City Pioneer Company werd voortgezet. Het jaar daarop kocht deze maatschappij op 55 kilometer ten noorden van London een stuk grond waar Letchworth werd gerealiseerd naar een ontwerp van Raymond Unwin en Barry Parker. Vanwege de bestaande situatie lieten Unwin en Parker het concentrische model van Howard los. De brink, de openbare gebouwen, de winkels en het station liggen op een plateau in het centrum, daaromheen bevinden zich verscheidende woonwijken met villa's en arbeiderswoningen. In overeenstemming met Howards model werd Letchworth door een agrarische zone omsloten.

De realisatie van Letchworth verliep moeizaam en bovendien waren de eerste be-
woners niet de arbeiders die Howard, Unwin en Parker voor ogen hadden. Aanvankelijk kwamen alleen de idealistische pioniers naar Letchworth. Bovendien vonden veel fabrikanten de locatie onaantrekkelijk. Pas na de Tweede Wereldoor- log begon Letchworth eindelijk te groeien en werd het uiteindelijk een van de vele New Towns rond London.
http://www.nai.nl/regie/historisch/letch1_nl.html, e.v.

Vergeleken met blauwdrukken elders van Garden city, of eigenlijk Central city met 58.000 inw. waaromheen geometris een zestal Garden cities met 32.000 inw. (2)





















geeft het Unwin-Parker ontwerp en op de pagina's bijgevoegd plattegrondje van Letchworth (1956?) de indruk er nogal van af te wijken. Weliswaar een agrarische zone en min of meer langs spoorlijn, maar plaatselijke productie van grondstoffen en producten ? 

Dat de concentrise circels van het stratenplan werden losgelaten zou, gegeven glooiing van het landschap, slechts winst zijn, de toch wel aantrekkelijke variant op het veel toegepast ruitjespatroon mogelijk meer geschikt voor vlakland.
In hoeverre zelfvoorziening, ook bij een beperkt aantal eerste bewoners, in de prac- tise uitvoering werd ingecalculeerd en toegepast, blijft open voor nader onderzoek.
In het oorspronkelijk ontwerp, met steengroeven, bosaanplant, waterkrachtcentra- le, tal van industriële bedrijven waaronder ongetwijfeld houtzagerij, smederij, weve- rij, en uiteraard ziekenhuis, school en dergelijke, schijnen de wegen ertoe nogal vrijblijvend. (3)

Had het Howard model voorgangers en tijdgenoten (4), misschien ook in Neder- land, de weliswaar aangepaste daadwerkelijke realisering zou het internationale succes ervan kunnen verklaren.

Uit een toelichting op De Kleintjeskamp, Doetinchem: De vormgeving van de volks- huisvesting was aanvankelijk een probleem. Er was in 1920 nog geen model voor- handen om goedkoop en goed te bouwen in grote aantallen. De huurkazernes van speculatiebouwers waren niet navolgenswaardig, de verheffing van de arbeider vroeg om een ander beeld. ...
De woningen waren voorzien van een flinke tuin met een schuur zodat er een var- ken kon worden gehouden. Er was een winkel in de buurt. Het geheel lijkt een uit- werking van de tuindorpgedachte.
(De Engelsman Ebenezer Howard propageerde aan het eind van de negentiende eeuw een open bebouwing in kleine dorpen die zelfvoorzienend waren. De Engelse tuinsteden die daaruit waren ontstaan golden als voorbeeldig)
http://home.planet.nl/~joepdeg/vhvdtc/intro9.htm

Nu, honderd jaar en twee wereldoorlogen later, zijn de ruimte, het groen en soms
de vormgeving in de wijken nog altijd mooi meegenomen, al waren ze slechts een druppel op de stedebouwkundige plaat die naoorlogs, industrieel economis ge- stuurd, met grootschalige flat- en kantoorbouw de nieuwe zakelijkheid alom in on-
prettige praktijk bracht.
Met het oog op actuele energie-, milieu- en mobiliteitsproblematiek ware progres- sieve uitwerking indertijd van zelfvoorzieningsaspecten: plaatselijke productie van grondstoffen en producten, wonen bij werken, scholen en recreëren, ..., gewenst
geweest.
Alsnog, bij wijze van upgrade, zouden zodanige elementen er hier en daar in kun- nen worden gebracht, zoals wijkboerderij, bedrijven/kantoren met locale huisves- tingsvoorrang voor personeel, en dergelijke.
-------------------------------------------------------------

1.To-Morrow: Peaceful Path to Real Reform, 1898.

2. 5000 acres voor 32.000 inwoners is ruim 6 inw. per acre (4000m2) of 1 per 625 m2. Voor zelfvoorziening, inclusief stoffen voor kleding en niet al te veel brandhout
zouden al gauw 2000 m2 vruchtbare grond per inw. zijn vereist.

3.
Utopia Britannica, Hertfordshire, geeft niettemin enkele interessante projecten in Letchworth, en elders.
Mogelijk is de Howard blauwdruk iets voor een simulatie model, waarin digitale
spelers het concept trachten uit te voeren. Voldoende halfwoestijn, wat water, ge- steenten en geld dat wordt afbetaald middels donatis, basisinkomen, vormen van export, toerisme. Beperkte materiële import, waarschijnlijk geen spoorwegen en intern merendeels autovrij. Nieuwkomers stromen er druppelsgewijs toe, want
voorzover plaatselijk geproduceerd voedsel, onderdak, werk, scholing en overige faciliteiten aanwezig. Een en ander volgens gegevens onder meer van ambachte- lijke en licht machinale productiviteit.
Het spel, te ontwikkelen uit kleinere eenheden ? kluizenaarsoptrek, gezinstuin-
huis, woonwerkgemeenschap, zou min of meer synchroon kunnen lopen met een- zelfde natuurlijke werkelijkheid en zo wederzijds expertise opleveren.

4. Onder meer: In the early part of the nineteenth century, several Village Associa- tions were set up to build around the London metropolis, e.g. around Ilford for 5-6000 people in 1848. The ideals were as follows; very similar in fact to the later design constraints of the Garden City Prospectuses:
"Air and space, wood and water, schools and churches, shrubberies and gardens, around pretty self contained cottages in a group neither too large to deprive it of country character, nor too small to diminish the probabilities of social intercourse." (Edinburgh Magazine. Dec. 1848.)
http://www.rickmansworthherts.freeserve.co.uk/howard1.htm
En: Dit geldt voor de garden-city van Howard (1850-1928) en in sterkere mate nog voor de regionale stad van Geddes (1854-1932), ideeën met een sterke nadruk op individuele vrijheid, natuurlijke omgeving en autarkie. http://www.kennisland.nl/Kennisland/de_Bron/boekenclub/G-I/Hall,_P.html (exit)
------------
Vergelijk evt. Studio zelfvoorziening uitgaven: Zelfvoorziening in stadsverband, Autarceia, Zelfvoorzienend wandelen politiek,
Voorbij de groene grens, Duurzaam ... .                                                                                                                .
                                                                                                                   
^
Utopische verkenningen 2

Voortgaand op Het utopisch communautarisme na Hans Achterhuis' waarin de u-
topie-interpretatie uit De erfenis van de utopie' voor zoete koek lijkt te worden ge- slikt, edoch, deze slechts sporadis van toepassing bevonden op ervoor in aanmer- king komende communauteiten, toch ook weer wordt betwijfeld.

Meer rechtstreekse critic op opzadeling van 'utopie' met jacobijns schrikbewind en communistise regimes lijkt effectiver. Bijvoorbeeld, voorbijgaand aan de gebezigde utopie-constructie: schrikbewind zonder eventuele associatie met 'utopie' komt
historis zoveel frequenter voor dat van vermelde dictaturen de wortels wellicht an- ders liggen. 

Commuun                                                                                                    .

Vormen van 'communisme' weliswaar in Politeia, Utopia, en diverse andere literaire utopieën, maar eveneens in talrijke dorps- en stamgemeenschappen, vroege chris- tengemeenschappen, kloosters, enz.                                                               

Gemeenlijkheid die communauteiten, waaronder de meer innovative sociale onder- nemingen uit 19e en 20e eeuw, overeenkomstig kenmerkt. En misschien langs die weg ook, en niet alleen of vooral via het 'utopisch' van Engels en Marx, het woord oplopend.
1                                                                                   
In onderstaande lijkt het van 'utopie' een hoofdbestanddeel:

"In Woongroepen en de communautaire traditie
2 uit 1985 stelde Poldervaart uto- pisme gelijk aan maatschappijverandering, doch niet in de marxistische betekenis. 'Utopisch' betekende dat mensen het wonen in gemeenschap op zichzelf voldoen- de achten om de maatschappij te veranderen en dat hun opvattingen en levenswij- ze door de kracht van het voorbeeld anderen ertoe zou aanzetten om hetzelfde te doen." 3

Tegen conventioneel fatsoen en zekerheid, het uitdagend feminisme van de utopisch socialisten' 1993, van dezelfde auteur geeft een soortgelijke omschrijving: een utopisch ontwerp is nu "de formulering van alternatieven voor de bestaande
wijze van samenleven, op basis van een cluster van idealen" en utopische bewe- gingen zijn "die bewegingen waarin door het vormen van gemeenschappen ge- poogd wordt de door de deelnemers aangehangen idealen in het dagelijks leven toe te passen".
4

Sporen ontwerp en beweging in de laatste alinea niet al te zeer, het schaalniveau van de communauteit (i.t.t land of stadstaat) in 'theorie' maar ook in praktijk zou zo het utopiebegrip met nadruk vooral op 'gemeenschap' bepalen.

Utopisch                                                                                                       .

Evenwel, wordt 'utopisch' opgevat als Utopia-achtig dan ligt de fantastise vertelling eerder dan ontwerp of plan voor de hand en staan geringer schaalniveau, toepas- sing in de praktijk zowel als de vormen van gemeenschappelijkheid garant voor e-
nige vraagtekens.

Minder of anders gemeenschappelijk
5 maar eender schaalniveau en verhaaltype zou het etiket utopie gemakkelijker toelaten dan gewijzigd schaalniveau of uitvoe- ringsimplicatie.                                                                                        

Verkleind schaalniveau brengt via leefgemeenschap en woongroep mogelijk de licht ongeloofwaardige maar niet geheel onwaarschijnlijke individueel-anders-leven vertelling binnen bereik van 'utopie'.
6
En afgezien van verbasterd gebruik van het woord in de betekenis van onhaalbaar of wensdroom geeft 'utopie' als positive aanduiding van een welomschreven te ver- werkelijken leefgemeenschappelijk of maatschappelijk
7 plan een betekenisextra dat als 'uitvoeringsutopie' of 'nognergensland' misverstand zou kunnen voorkomen.
Geheel anders, zeer geavanceerd, schijnbaar onmogelijk, maar toch te verwezen- lijken. Het smalend 'utopisch' van marxisten en anderen omgezet in geuzennaam of wervend imago.
8

'Utopie in uitvoering' van gedachten naar woorden op schrift in coöperatie en via een aantal tussenstadia tot eerste schop in de grond, steen gelegd, geld gestort, kan een dergelijke status langdurig behouden, maar heeft evenals de 'gerealiseer- de utopie' de welhaast magise grens van nergens naar ergens overschreden en
kan slechts terugblikken op, vergelijken met toen het nog nergens was.
                                                                                                                   
^
Communauteiten                                                                                          .
                                                                                                  
Is 'gemeenschappelijk' op schaalniveau van de natiestaat voor velerlei uitwerking vatbaar
9, zo ook op niveau van de woonwerk- en woongemeenschap.
Volgen we in Het utopisch communautarisme ..' de toegepaste rurale woonwerk-
gemeenschap
10 vanaf het zo genaamde utopisch socialisme op onder meer ge- meenschappelijkheid.

"De zich ontwikkelende Industriële Revolutie creëerde armoede, overbevolking, lange werkdagen en competitie onder de arbeiders. Dit leidde tot moreel verval en winstbejag. In de socialistische utopia's zouden allen samenwerken voor het profijt van allen."
11                                                                                               

Op schrift gestelde zowel als in praktijk gebrachte 'utopieën' uit 18e en 19e eeuw  komen volgens dezelfde bron sterk overeen op ondere andere: 1. opheffing van pri- vé-bezit, werken voor geld werd afgeschaft en er werd een arbeidsplicht ingesteld. 2. arbeid op het land, in latere utopieën meestal gecombineerd met industriear- beid.
12
Toegelicht  wordt vooral Robert Owen, A new view of society' 1812. Organiseerde in (katoen)fabrieksdorp Lanark bewaarscholen voor kinderen, een gemeenschap-
pelijke eetzaal, keukens en bibliotheken. Vertrok na problemen met geldschieters in 1825 naar Amerika en richtte er meerdere woon- en werkgemeenschappen op, waaronder New Harmony.
Op privé- en ander bezit in Lanark
13 en New Harmony wordt niet nader ingegaan, zomin als op de aard van het werk en overige economie van de woonwerkgemeen- schappen.
Voorbeelden van meer op agrarische en ambachtelijke productie gebaseerde pro-
jecten ontbreken jammer genoeg.
14

De periode rond de eeuwwisseling (1890-1915)                                           .

"Waarom juist in deze periode zo'n opbloei van zulke verschillende communautaire initiatieven plaatsvond, is moeilijk te verklaren. Een aantal mensen geloofde niet in het heil van de klassenstrijd. Men ging op zoek naar meer concrete oplossingen voor de kapitaalsuitbuiting en de erbarmelijke woon- en werkomstandigheden als gevolg van de industrialisatie."
15

Bij een focus op meer rurale gemeenschappen vallen van de onderscheiden typen de (amerikaanse) kunstenaarscommunes en de huishoudelijke coöperaties terzij- de en resten amerikaanse utopisten, tuinstadbeweging, koloniebeweging, kib- boetsbeweging.
16                                                                                         

Van de amerikaanse utopisten wordt de coöperatieve gemeenschap Llano del Rio (1917-1936) wat uitvoeriger weergegeven: "De gemeenschap had uitgebreide soci- ale voorzieningen die hun tijd ver vooruit waren. Alle sociale diensten werden geor- ganiseerd door de gemeenschap en waren gratis ... Onnodig te zeggen dat deze voorzieningen in schril kontrast stonden met de economische uitbuiting door het op dat moment in California en Louisiana welig tierend kapitalisme. Voor arbeiders waren de sociale voorzieningen in die tijd ondermaats, afwezig of onbetaalbaar." 
Uit de beginselverklaring blijkt gemeenschappelijk bezit van productiegrond, -werk- tuigen, privé bezit van woonkavel, en lijkt het individu licht beknot in zoverre dat wat deze te danken heeft aan de gemeenschap ruim wordt belicht i.t.t vice versa. Over de verhouding voor-zich / voor-markt productie en over de aard ervan verder geen uitsluitsel.
17
Ongetwijfeld zijn er meer soortgelijke nederzettingen geweest, de vooral religieus geïnspireerden niet meegerekend.                                                                   
.

De Tuinstadbeweging was overwegend (zelfvoorzienende) theorie al zijn de eruit voortvloeiende groene woonwijken niet verkeerd: "Toch zijn er uiteindelijk slechts twee tuinsteden opgezet die enigszins op de oorspronkelijke plannen leken, na-
melijk Letchworth (bebouwd vanaf 1905, voor in totaal 55 wooneenheden, met ge- meenschappelijke eetzaal en keuken) en Welwyn (voor 40 wooneenheden). Deze tuinsteden hebben het zo'n dertig jaar volgehouden; toen verdwenen de collectieve voorzieningen. De later gebouwde 'tuinsteden' hadden slechts 'het groen voor de arbeiders' en misten de collectieve voorzieningen."
18

De Koloniebeweging "...had een anarchistische achtergrond. Ze wilde landbouwko- lonies samen met productie- en verbruikscoöperaties oprichten om zo het kapita- lisme van binnenuit uit te hollen. Eén van de bekende vertegenwoordigers is Frede- rik van Eeden."
19                                                  .
In hoeverre een terug-naar-de-natuur en doe-het-meer-zelf in de ideologie was op-
genomen vergt nader onderzoek, maar in beginsel een adequaat plan van aanpak, zeker indien gekoppeld aan politieke hervormingen (recht op grond o.a).
Gemiste kans voor sociaal e- en revolutionairen: "In Europa keerde de opkomende sociaal-democratische beweging zich af van haar utopische erfgoed. Vrouwene- mancipatie en de zoektocht naar alternatieve samenlevingsvormen verdwenen naar de achtergrond - of werden uitgesteld tot na de revolutie. De klassenstrijd werd de eerste bekommernis."
20
  
De Kibboetsbeweging wordt weergegeven met aandacht vooral voor collective huis- houdelijke voorzieningen en communaal wonen.
De indruk dat aanvankelijk een hoge mate van voor-zich productie werd nage- streefd, later opgeslokt door een overwegende productie voor de markt, kan zo- doende niet worden getoetst.
Sociaal-economis in grote lijnen overeenkomstig voorafgaande projecten, succes- voller vanwege een aantal extra factoren, maar bewijs niettemin dat een minder ka- pitalistis en industrieel alternativ materieel heel wel mogelijk is.
                                                                                                                   
^
De communebeweging (1965-1975)                                                                                   .
                                                                                                                   
"Vanuit deze protestcultuur ontstonden in Amerika de eerste communes in het be- gin van de jaren ' 60. Europa volgde met enkele jaren vertraging. Pas rond 1965 kan men in Amerika spreken van een communebeweging. In haar beginjaren was de beweging vooral anarchistisch georiënteerd (hippies, flower power, lsd). Deze communes vestigden zich als 'drop-outs' op het platteland en stichtten er agrari- sche bedrijfjes om zoveel mogelijk in eigen levensonderhoud te voorzien, wat overi- gens bij gebrek aan organisatie en kennis van zaken meestal niet lukte. De platte- landscommunes bereikten rond 1967 een hoogtepunt. Daarna namen ze geleide- lijk af in aantal en ontstonden de communes voornamelijk in de steden."
21

Moeilijk grip te krijgen op de diversiteit van deze nieuwe trek uit de steden, meer- dere pogingen dan ook ze in te delen:

"De ideologische verscheidenheid van de Amerikaanse communes is groot. Zablo- cki onderscheidt maar liefst 8 hoofdtypes: 'Eastern, Christian, Psychological, Re- habilitational, Cooperative, Alternative Family, Counterculture, Political."
22
"Ook bij de Engelse communes was er een grote verscheidenheid. Toch menen ook Abrams en McCulloch dat relationele hervorming de essentie van de commu- nebeweging was."
23
En Kanter
24 onderscheidt in de geschiedenis van het communautarisme de vol- gende stadia: 1 de wens om te leven volgens religieuze en geestelijke waarden 2 de wens om de maatschappij te hervormen door haar economische en politieke ziekten te genezen 3 de wens om de psychosociale groei van het individu te ver- sterken via de directe nabijheid van vrienden.
Het eerste stadium dominant tot en met de communautaire beweging van de 16de en 17de eeuw, het tweede in de 19de eeuw en rond het begin van de 20ste eeuw en het derde vanaf de jaren ' 60.

Een mate van terug-naar-de-natuur en alternative productie zal in de meer landelij- ke projecten veelal zijn inbegrepen, zoals bij het meditativ spirituele Findhorn(GB) of het coöperative, alternativ familiale en counterculturele The Farm(VS).
Een punt dat weinig aandacht krijgt is de betrekkelijk toepasbare, kleinschalige mogelijkheid van de woon- en werkwijze. Is de logge natiestaat met zich vast schroevende organisatis en deels minder prettige woon- en werkopties slechts in-
direct en op lange termijn te veranderen, voor kleinere groepen en enkelingen zijn een aantal materieele wensen via zelforganisatie en zelfdoen min of meer direct te verwerkelijken, al valt het 'omdenken' ook hier vaak niet mee.
                                                                                                                    ^
Huidige gemeenschappen                                                                           .

Te vinden vooral onder de koepels van het G.E.N (global ecovillage network) en I.C (intentional communities).                                                                              
Bij de eco-dorpen is 'dorp' evenals het 'stad' van de tuinstad een groot woord. Veelal gaat het om een of enkele gebouwen waar 5-25 mensen woonachtig. Gemeenschapsleven in diverse vormen en spiritualiteit (new age) gaan er gepaard aan ecologise en alternativ technologise toepassingen.
Van Daele deelt ze met de intentionele communauteiten in volgens 1 coöperativ: In een aantal gemeenschappen ligt de nadruk op de coöperatieve arbeid. Ze zijn actief in de land- en tuinbouw of in de ambachtelijke industrie. Vaak hebben ze ook een uitgesproken politiek engagement. In sommige coöperatieve gemeen- schappen streeft men naar economische relaties die niet (of minder) gebaseerd zijn op concurrentie en accumulatie 2 relationeel: ... 3 spiritueel: ... en 4 ecologis: In weer andere gemeenschappen streeft men naar een zo ecologisch mogelijke leefomgeving, wat zich vertaalt in allerlei hoog- of laagtechnologische oplossingen om het kringloopprincipe waar te maken.
25

Hetgeen licht of niet tegenstrijdig zou zijn met: "Een tweede verschil is de aan- of afwezigheid van een ideologie van zelfredzaamheid. Tot en met de landelijke com- munes uit de jaren ' 60 streefden alle gemeenschappen naar economische onaf- hankelijkheid. Met de opkomst van stedelijke communes, en later ook woongroe- pen is dit ideaal verdwenen. Wat niet wegneemt dat het nog steeds verder leeft in een aantal hedendaagse gemeenschappen."
26
   
Utopisch accent

Over de aard van de (sociaal economise) gemeenschappelijkheid in de diverse ru- rale gemeenschappen wel iets maar niet al te veel wijzer geworden, wat min of meer voor de hand lag omdat auteur andere punten van aandacht had en de basis- tekst van Poldervaart vooral leefgemeenschap, groepsleven
27 en feminisme on-
derzocht.

Verlegging van het utopisch accent naar economie en productie en in het verleng- de daarvan naar meer plaatselijke zelfproductie geeft voldoende aanknopingspun- ten in de geschiedenis van communauteiten, maar blijkt in individueler settings, de micro utopie, eveneens toepasbaar.
28
--------------------------------------------------------                                                             .
                                                                                                                   
1. zie noot 11, deel 1.
Voorzover 'socialist' werd geintroduceerd i.v.m de coöperatieve ideeën van Robert Owen en 'socialisme' i.v.m Saint-Simon, is de term hen mogelijk ontnomen door
ze weg te zetten als utopisch ('systemen improviserend voor de onderdrukte klas- sen') en zelf voort te gaan als zodanig wetenschappelijk.
2. in Woongroepen. Individualiteit in groepsverband. T.Weggemans, S.Poldervaart, H.Jansen.(eds.) 1985, Het Spectrum, Utrecht.
3. p.52. Merk op dat deze studie de gesignaleerde utopie-lacune en wellicht de veronderstelde vergeettermijn inkort.
4. p.52                                                                                                         
^
5. Afschaffing van privé eigendom van productiemiddelen zoals grond vindt een his- toris verontachtzaamd alternativ in gelijke en zo blijvende toedeling aan eenieder van deze eigendommen, met mogelijk gunstige effecten voor bevolkingsgroei en een basisinkomen avant la lettre.
6. En daarmee eventuele 18e eeuwse robinsonaden die minder survival en meer
beter leven op basis van alternative productie en consumptie, eigendomsverhou- dingen, ..., in zich hebben.                                                                            
7. Op schaalniveau van de staatkundige eenheid worden de utopieën veelal aange- duid als ideologie of (politice, economise, sociale) theorie.
8. Zoals: mens op de maan, basisinkomen, internationale ontwapening, e.d.      
^
9. Zie 7, maar bijvoorbeeld ook: taal, geldstelsel, wetgeving, wegenstelsel.
10. Met voorbijgaan aan woongroep en leefgemeenschap, al dan niet stedelijk, ten gunste van de woonwerkgemeenschap wordt in de verhouding samenzijn - samen- doen het samendoen meer vooropgesteld met mogelijk gunstige gevolgen voor het samenzijn. 
11. p.27. Een gelijk recht op grond en doordacht gebruik ervan in samenhang met goede wetgeving gaat genoemde kwaden eveneens tegen. Land-, fabrieks-, mijn-  . en andere arbeid dan geen of weinig 'gedwongen winkelnering'.                         
12. p.27. Opheffing van privé bezit als reactie wellicht op extreme bezitsongelijk- heid overgeleverd uit feodale en andere tijden. 
13. Hebben fabrieksdorpen een rijke geschiedenis, in verband met mobiliteits- winst die wonen bij werken en werken bij wonen oplevert, hebben ze als bedrijfs- en kantoordorpen een potentiële toekomst.                                                     
14. Productie voor eigen/locaal gebruik op basis van individueel gelijkwaardig     
^ grondbezit zou daarbij interessant kunnen zijn. Het grondbezit immers, verpacht aan de gemeenschap of aan leden ervan, kan met andere aandelen in natuurlijke hulpbronnen een basisinkomen genereren en zodoende arbeidsplicht overbodig
maken.                                                                                                        
15. p.29
16. Gemeenschappen te associëren met anarcho-communisten, tolstoi, kropotkin en anderen zouden hier ontbreken.
17. p.56, 91 (appendix a)                                                                               
^
18. p.31
19. p.31                                                                                                       
20. p.33                                                                                                      
21. p.35                                                                                                       
^
22. p.36
23. p.38
24. p.46                                                                                                       
^
25. p.43                                                                                                       
26. p.47, zelfredzaamheid waarschijnlijk bedoeld als voor-zich productie want an- ders aanzienlijk meer afhankelijk van markt, banen, uitkeringen.
27. In overeenstemming met tijdgeest en 'marktvraag' die het relationele 'gemeen- schap' hoger waardeert dan het materieele self-support. Daarom, afgezien van wo- ningnood, deels wellicht meer utopisch in de zin van onhaalbaar omdat het relatio- nele zich veelal moeilijk laat sturen en eerder indirect, ongewild resultaat boekt.
28. Ook de stedelijke woongroep, die met locale grondstoffen en veel doe-het-zelf qua consumptiepatroon de overwegend autarke rurale huishouding gelijkt, komt aldus een ideaal van zelfredzaamheid aardig nabij. 
                                                                                                                   
^
===========================================================
                                                                                                               
^