.










    Een reis naar de rand van het
                 
   derde millennium

                  

                  











  
inzage, 1e blz.cijfer terug, 2e vooruit.


01   >                                                                                                    



                                                                                                                      .

Woord vooraf
------------
Na een verblijf aan de Ned. Filmacademie
('65) toch een beurs voor een studie Socio-
logie en een prettige prijs voor een tele-
visiespel, De barmhartige zoon.
Flink aan de studie, nu en dan nog een to-
neelstuk, soms een scenario, gedicht of an-
derszins.
In de doctoraalfase verdween het artistieke
voorland meer en meer uit het zicht, was
sociologie vooral los zand, opgewaaid door
democratisering en gemakkelijk overspoeld
door Grenzen aan de groei.
Studiebeurs inmiddels aflopend, werkloos-
heid liggende op de loer.
Een alternatieve doctoraalscriptie dan
maar, bijzonder verhaal ook, gebaar, nov. '72.







Op hoofdletters wat teruggesnoeid, waarmee  nuttige theatraliteit kwijt. Verder meren-
deels ongewijzigd.


02




                                                                                                                                                    .
EEN REIS NAAR DE RAND VAN HET DERDE MILLENNIUM


                  VOORBEREIDINGEN VOOR VERTREK


De weg van het Ei
-----------------
Wie de weg, die mensen en goederen over de
aarde afleggen, eksakt beschrijft, ziet de
Draak en kan hem horen kreunen: Voorwie,
Voorwat, Voorwatwat.
Kijk maar! Appie Radijs haalde uit zijn
plunje een ei tevoorschijn en toonde dit
Rozanna Rozijn en Toon Tv W. Een wit kip-
penei.
Ze bekeken het aandachtig. Er stond niets
op. Geen naam, geen s.t.e.r, geen plaatje.
Ook was het niet verpakt in blik, karton of
plestik vaatje. Het was een subliem gevormd
hagelwit ei. De vrucht van Kip.

Appie hield het ei tussen duim en wijs-
vinger en beschreef er een wijde boog mee
tegen de blauwe hemel boven het Frederiks-
plein te Amsterdam.
Dit ei, zei hij, en elk ander ei, legt een

weg af. Het gaat van Kip naar Lip. Een weg



03




                                                                                                                      .
 
over de aarde. Een weg door het systeem.
Hij gaf een voorbeeld: het kollektieve Nederlandse Ei.
Hoe dit geraapt, verdeeld en verbruikt werd. Hij schilderde het...
In manuren, machines, benzine, beton en staal.
In oto, grond, kombines. En in geschreven taal.
De gigantiese administratie van Ei, voegde Appie er ter verduidelijking aan toe.
Maar Toon en Rozanna zagen reeds hoe de draak, althans zijn ei, bestond.
Ze wisten immers dat in Appies hof geen otos reden. Kippen scharrelden er rond. Tussen groen en bloemrijk voer. Eieren leggend op loopafstand.

De driehoek
-----------
Zo was het! De droeve waarheid van het Frederiksplein te Amsterdam stak hier schril tegen af.
Toon Tv Welvaard richtte zich langzaam in zijn volle lengte op en keek rond in die aanzienlijke ruimte door gevels omringd, waar geen kippen liepen en waar steen de

04




                                                                                                                       .

aarde dood hield. Hij zag:
De reusachtige bouwdoos van de Nederlandse Bank en haar twee geheimzinnige wachters: De metershoge, snachts verlichte stalen Staaf links. De ontschorste, gruwelijk besneden Pikboom rechts.
Met het iele vlaggetje hoog in top van de Bank vormde dit tweetal een waarachtige driehoek. Hier lag het Goud! Lag hiér het goud?
Toon zag ook de talrijk uitgedroste pel-
grims, die zich deze stralende nazomermaan- dag lui koesterden op de betonnen ring rond het Oog, dat, veilig omwald door struikge- was en levensgevaarlijk vierbaans asvalt, midden in het hart van deze driehoek ligt.
En Toon zag Bird Bjoetie. Hij stond in de fontijn. Dat is hem. Dat is hem, riep Rozanna Rozijn.

O. de fontijn
-------------
Kniediep tussen hoogspuitend water, Bird Bjoetie. Hij staat er.
Zijn fluit schittert vonken.
Jesse Wiet, gezeten tussen de pelgrims op het beton rond het Oog, ving er een op.

05




                                                                                                                      .

Even later waadde hij badend in genade door de fontijn. Koel helder water spatte overal over hem heen.
Hij zag hoe het licht op Rozanna scheen. Hoe zij schuimend en bruisend bestoven werd. Haar billen week en roze. Een vonk. In het welvend water. Voelde Jesse.
Achter hem dook Bessie Bloesem op.
Appie en Toon Tv, die hun handen wogen in de harde stralen en hun voetzolen lieten sproeien, ware waaiers, zagen hoe Bessie opdook als een kers. Haar lippen bloeiden. Haar ogen glommen zacht. Ze gloeiden gloed door Toon Tv. In Appie smolt zijn hart.


Zo kwamen ze tesamen. In de fontijn op het Frederiksplein kwamen ze bij elkaar. Klaarhelderblauw was de hemel. De wolken waren klaarhelder wit. En zie!
Een barmhartig licht straalde. Tot hun stomme verbazing precies in de boog die Appie smorgens met zijn ei langs de hemel had getrokken.
Dit was een wonder!
Een adembenemende regenboog wees hen nader de weg.


06




                                                                                                                      .
                                   VERTREK

De boog, de boog, de regenboog
------------------------------
Hoe snel ging dit allemaal in zijn werk.
Geheel bevlogen en hoog in het zadel van hun galopperende ziel, lagen de zes nu op het beton rond de bron. Bestreeld door de wind en stralend bestraald door de zon. Zwijgend kauwden ze rozijnen uit Rozannas
buidel.

Het eerste oog had haar poort geopend.
Ze konden gaan als ze wilden.

Natuurlijk gingen ze. Wie volgt een wonder niet? Lag er geen goud aan de verre voet van de regenboog? En was het geen zeldzaam mooi weer? Mochten ze wel weigeren?
Ze sloegen hun mantels om, pakten hun bullen en gingen, vervuld en gedwee, op pad. West noord west. Daar had de bontge- kleurde boognaald van hun kompas zopas zijn goudgepunte pijl in de windroos geplant.
De hemel werd roze en uitzinnig toen ze door straten, langs grachten en over plei-

nen van Amsterdam liepen. In de warme vacht

07




                                                                                                                      .
van de vallende avond. In een wijde boog om het IJ.
                                                  

Hou me mooi! Hou me mooi!
Op het Rembrandtplein klampte een jonge vrouw zich plotseling, vallend, aan Toon Tv vast. Juwelen blonken in haar haar. Haar ogen bloosden.
Toon voelde hoe de muis van haar hand onder zijn mantel gleed en, trippend, zijn lijf daar voor altijd bestreek. Haar sluier. Klik.
Radeloos zag Toon dat ze radeloos was.
Zij was een Kwien wist Appie. Gekust door de Draak, want levenloos sierde haar
schoonheid een schub van het ondier. Zo siert hij zijn tooi, zo lokt hij zijn prooi, legde Appie aan Jesse uit:
In de betonnen dozen waar zijn argeloze slaven hokken, pakt hij hun mooiste doch- ters. Hij pakt ze voor hun ogen uit en stoot ze daarna stuk voor stuk in zijn ge- tande bek, waar zijn afzichtelijk veelge-
spleten tong, Emalker, een draak bijna op

op zich, ze langzaam likt, hun schoonheid
steelt en kwistig afvoert naar zijn ge-


08
 



                                                                                                                      .
schubte huid van celluloid en inkt.
Dit alles is met het blote oog te zien, vervolgde Appie. Maar kunstlichT Verblindt de zich systematies schamende ogen van zijn slaven. Zij herkennen hun dochters niet. Ze denken dat het zo hoort. En zij betalen.
Ze zijn niet kassa bewust, ze zijn kwasi belust.
Een klavertje vier kust Marx en Marcuse hier, mompelde Jesse. Hij transcendeerde tans centrerend. Zo reisde hij door de tijd.
Maar Appie zag de flits. Hij zag een nieuwe toegang tot het sissend beest en zond er in gedachten stemmers in. En temmers.


Intussen voelde Toon Tv zijn hart krimpen onder de aanblik die de zacht hou me mooi smekende Kwien hem bood. Hij zag hoe, in het van lood en zwavel verzadigde speeksel van het beest, haar bjoeties onstuitbaar verspild werden. En hij zwoer, haar hand op zijn hart, een dure eed. Hij had zijn leven veil.

Ze gingen verder.
De hemel werd al rozer en uitzinniger.

09




                                                                       .
In de Halve Maan o Jesse steeg, fietste een fietser rakelings langs en strooide bloemen
voor hen uit. Of verloor hij ze?
Jesse raapte ze een voor een op. Want wie
laat bloemen liggen?

Fiets door bloemen, stuif door stuifmeel
----------------------------------------
Laat in de bermen (braak) bomen komen.
Laat ze bloeien in de lucht.
Laat in de bermen (braak) bomen groeien.
Ruik de bloem en pluk de vrucht.

Gratis fruit en gratis parfum.
Deodorant voor iedereen.
Fiets door bloemen, stuif door stuifmeel.
Prijs de lente, plant er 1.


Jesse vroeg zich af wie (planologen, ekono-
men, psichologen?) parfum zo duur maakt en
wie (planologen, ekonomen, psichologen) die
reusachtige rivier Deodorant produceert.
Volgens Appie rook de Draak
  zijn eigen neu-
rose. En hij had daar volkomen gelijk in.


Op de hoek van de Heiligenweg en de Singel
vond Jesse de orchidee die de ruiker (van

10





                                                                                                                                                          .

wie anders dan van d'elf Schitterende Een-
voud) afrondde.

Wie bloeien onder de bloeiende bloesem en
wat?
Het wordt tijd voor een massaal bloeiende
kersenbloesembad.

Verder gingen ze.
Een stukje langs de Singel en dwars door de
Jordaan. Daar zag Maan Wei een regenboog
gaan en zagen zij haar voor het badhuis
staan. Ze sloot zich aan en vertelde
onderweg over het            
                         Bad huis

Waar het bad rond was en fontijnen spoten.
Waar water koud en warm stroomde en waar
stoombaden geurden naar berkenhout. Waar
ouden van dagen zich wasten en waar kinde-
ren speelden. Waar iedereen mass, mass,
masseerde en wel eens woonde want je kon er
ook eten en bedden zoet beslapen.

Dit alles voor de prijs van 1 zwembad. Maan
Wei was waarlijk schoon.


11




                                                                                                                                                            .

Het kananaal
------------
Diezelfde maandagavond nog,
Spiegelde water zwart in het maanlicht.
Ze stonden aan het Noordzeekanaal.

Vermoeid maar tevreden zetten de zeven
zachtgloeiende birds zich langs de dijk aan
het donkere water. Ze kauwden, wat zouden
ze kauwen? en lieten zich verder onderhou-
den door het maanlicht en alles dat daarin
te zien was.
Vanaf de overkant*, recht tegenover, woeien
de reusachtige omtrekken van de Centrale hen spookachtige tegemoet. Uiterst ijl rood
gekleurd. Totaal verlaten.
Wie daarin kijkt vervreemdt en raakt ver-
dwaald, hoorden ze eensklaps de onzichtbare
Rara Hoekandat fluisteren.
Onderlangs de dijk rolde een golf ruisend
over de stenen.
Ze schrokken op uit de vreemde omtrekken.
En uit het onbeweeglijk stralend rood.

Van het reusachtige gebouw.
Verderop langs de dijk vond Maan Wei hout.
Al gauw lagen ze, warm in hun mantels ge-
wikkeld, rond een gretig vuurtje van won-

12




                                                                                                                                                            .

derlijk gevormd wrakhout.
Ze verheugden zich over het gemak waarmee
dit fel brandend hout de schaduw van het
monsterachtig dwaallicht aan de overkant
uit hun zielen verjoeg.
Toon lag lui op zijn zij. Zie, de maan
schijnt door de bomen, zei hij en Maan Wei
begon zacht en meeslepend te zingen. Wie
zou zij toch zijn, dacht Toon Tv Welvaard
onwillekeurig, want zo had hij nog nooit
horen zingen.
In haar stem, in haar stem, resoneerde de
maan. Zacht zond ze adem omhoog.
Ademloos luisterend voelden de reizigers
dat ze het tweede oog betraden.

Toon zag Doordenker!

Hij kwam tevoorschijn in helder daglicht en
sprak, Toon luisterde tans zeer gekoncen-
treerd, de volgende woorden:
Nieuwsgieriger nog dan allen die aan jouw
wieg hebben gestaan, luister jij nu naar
Maan Wei Maan.
Zij zingt een kostbaar lied. Vergeet het
niet.
Zij zingt otomaties psigosomaties.

Doordenker was verdwenen. Maan Wei zong

13




                                                                                                                                                            .

nog steeds. Of bad zij?
Hoe goed voelde Toon nu haar gloed. Een
goddelijk gezang vervulde zijn lijf en
hield hem nog lang hoog in genade huive-
rend.

Later, toen hij gehurkt op de uiterste punt
van een omklotst en naar carboleum geurend
waterwerk zich verrukt boven het Kanaal
ontlastte, klonk Maan Wei's wonderbaarlijk
gezang hem nog in de oren.
Toon vroeg zich af waarom niemand wist
waarom er, driehonderdduizend kilometer
diep in de lege ruimte, een berg goud op de
steenklomp Titanic Lunatic werd gestapeld.
Miljarrden keiharde dollars en roebels en
de chinezen werkten zich reeds krom.
Daar waar geen wind ooit zal waaien, hingen
vlaggen dood.
Hij werd waarlijk een ketter. De uit Appies
brein geëvolueerde draak verscheen aan hem
in een nieuw licht.
Hij zag hoe het beest, zijn slaven tegen
elkaar opjagend en het uiterste van hen
vergend, tastend een voelspriet uitstak in
de Lege Ruimte en meerdere malen met inge-

houden adem de reusachtige steenklomp Tita-


1
4




                                                                                                                                                            .

nic Lunatic beklopte.
Wat zou het daar toch zo haastig zoeken,
vroeg Toon zich af. Zou het daar iets ver-
loren zijn? Of was het iets verloren dat
het daar, tevergeefs, zocht?
Voorzichtig kwam hij uit zijn gehurkte hou-
ding overeind. Moest hij dít beest bevech-
ten ? Bedachtzaam liep Toon over de lange
smalle houten balken terug naar de wal en
voegde zich weer bij zijn makkers.
Daar viel hij al snel in slaap en droomde
van Maan Wei.
Ze zong Zie de maan schijnt door de bomen
op ongeëvenaarde wijze synchroon met Toon
die zich bevond in een landschap met laag-
hangende maan en rijdende ridder.


Maan Wei en Appie Radijs lagen nog lang
wakker. Ze luisterden naar het zachtbran-
dend vuur en keken naar de glijdend voorbij
gaande schepen. Een spookachtige tanker die
stil en duister langsdreef, zette Appie op-
nieuw aan het denken.
Hij dacht aan de Weg die deze niet gauw
vermolmde ijzeren kuip met man en muis voor
Oto moest afleggen.

Aan alle konsekwenties van deze drakoniese

15




                                                                                                                                                           .

arbeid (wie had het over een achturige
werkdag?) voor Oto dacht hij ook, toen hij
nota bene uit de verdwijnende tanker een
ijzerertsschip zag opdoemen.
Van IJmuiden op weg naar het dok in het IJ,
gokte Appie en rafelde in gedachten het
drakenspinsel verder uit.

Spiegelende schepen, kaatsend water.
Visje, visje, ze killen je snater.

Maan Wei's droevig lied zond Appie ver in
zijn droge en warme mantel. Zijn Ei rolde
niet uit zijn hand, maar het geheimzinnige
passagiersschip op weg naar China, zag al-
leen Maan Wei nog.
...


*blz.12, een waterspiegeling waarschijn-
lijk daar de Centrale naast hen zou hebben
gelegen. Misschien ook waren ze teruggeval-
len in de tijd en zagen in de watervlakte
voor-spiegelingen.

nb. Oto worde vooral niet bestreden door
voor spoorwegen te kiezen. Een progressiv

16


                                                                                                                                                            .

wonen bij werken, werken bij wonen, en mo-
biminderen in het algemeen beleid zou vol-
gens latere analyses de goede aanpak zijn.
In de resulterende overcapaciteit aan ver-
voersfaciliteit zijn dankzij Otobus spoor-
wegen overbodig en kunnen worden opgeheven.


Inhoud.

Een reis naar de rand van het derde
millennium.
'                              3

Aan alle reizigers ... .                 46

Zelf spelend theater tent maken.         54

Aan alle utopisten.                      56

Wie kijkt ziet.                          78

Rede rijk.                               84

'meer over Een reis ... .                87
-----

peter piscaer


<           studio zelfvoorziening'04,11      >