

Dit systeem is door mij een jaar beproefd en uitermate goed bevallen
nadelen zijn er echter ook. Het aantal tonnen dat je nodig hebt is groot. 4-6
per jaar met een gemiddeld gezin. Het is verstandig de compost niet te snel te
gebruiken. Dus een paar jaar Iijken ze mij wel buiten (of ingegraven) te moeten
staan. Dit brengt het totaal op ca 12 tonnen en is geen visuele aantrekkelijkheid.
Verder kan het ruimteproblemen opleveren. De tonnen zijn niet meer voor een ander doel aan te wenden (regenwatervat, opslag etc) door hun perforatie. |


< Z E L F V 0 0 R Z I E N I NG 5 mei 98 -------------------------------------------------------------------- Nieuw beroep, nieuwe kunst Moderne zelfvoorziening (3) Zelfvoorziening en ecosofie Pleidooi voor een DC Walwoning Buitentuin --------------- Nieuw beroep, nieuwe kunst ----------------------------------------- Tekenen omtrekken van het zelfvoorzienend bedrijf zich meer en meer af, als kunst kan het er ook goed mee door of ligt zelfs voor. Vrij van markt en als zodanig van geld, kunstenaar, kunstenares rechtstreeks op aangename verantwoorde wijze in levensonderhoud voorziend. Dankzij de bijzondere aard van het kunstwerk, dat niet aan de muur hangt, op plein podium papier staat, over de buis gaat, maar onderdak bied, te eten, te drinken, iets om het lijf en vooral op lucht, aarde, water en licht loopt. Geringe prestatie van autocreatie dagelijkse zaken merendeels zelf naar genoegen te maken. Uitnemend verblijf, ismen en arts, Dada, publiek om het even belooft het nieuw en beter leven. peter piscaer. Moderne zelfvoorziening (3) ---------------------------------------- door Rein de Jong In de studie "Van pekelvat tot diepvrieskist" wordt de ontwikkeling van de voedselverduurzaming in het Nederland van de 19e en 20e eeuw beschreven aan de hand van de geschiedenis van de zelfvoorziening. In het zuiden en het oosten van Nederland was er tot ver in de 20e eeuw een hoge graad van zelfvoorziening. In de zeeprovincies was de zelfvoorziening veel minder. Dat komt allereerst, omdat zich vooral daar steden bevonden, waardoor er een grote nadruk op agrarische productie voor de stedelijke markt was en dientengevolge minder zelfvoorziening. Vanuit het platteland van Oost- en ZuidNederland waren de mogelijkheden om de producten met winst te verhandelen gering vanwege de hoge kosten van transport ' naar de belangrijkste handelscentra in het westen van het land. Ook de ongunstiger natuurlijke gesteldheid van de bodem in de landprovincies (zandgronden) bemoeilijkte de concurrentie van de landbouw in dit gebied. Mede door deze slechte concurrentiepositie is de omvangrijke uitoefening van het gemengde bedrijfstype in dit gebied te verklaren. Er werd op een gemengd bedrijf een grote verscheidenheid aan producten voortgebracht. Het was zelfs niet ongebruikelijk om de fruitteelt in één en hetzelfde bedrijf met zowel veeteelt als akkerbouw te combineren. Het gemengde bedrijf verkleinde de rampzalige gevolgen, die teweeg gebracht konden worden door ziekte onder het vee, prijsschommelingen of door misoogsten, die op de mineraalarme gronden veelvuldig voorkwamen. Het gemengd bedrijf was daarom niet gericht op het behalen van een zo hoog mogelijke winst uit de productie voor de markt, maar op spreiding van risico's, op het behoud en de verhoging van de bestaanszekerheid door productie van goederen voor het eigen bedrijf, zoals mest, veevoer, zaaizaad en voor het eigen huishouden. Een aardig bijverschijnsel van het systeem van het gemengde'bedrijf was, dat daardoor de sociale verschillen kleiner waren. Men was zowel boer als arbeider, De overgang tussen boer en arbeider was vloeiend. Ik trek de conclusie, dat men de zelfvoorziening heeft laten terugdringen doordat men van de geldeconomie hogere welvaart verwachtte. Maar, de betrekkelijkheid van de geldeconomie onderkennende, wil ik in het bovenstaande toch nog aanknopingspunten voor het streven naar een nieuwe (moderne) vorm van zelfvoorziening onderzoeken. In het oog springt, dat zelfvoorziening nog steeds geschikt is, wanneer men spreiding van risico's en vermindering van sociale verschillen nastreeft. wordt vervolgd Zelfvoorziening en ecosofie. --------------------------------------- In het vorige nummer legde Theo Mohaupt een verband tussen het kiezen voor de zelfvoorzienende leefwijze en het begrip ecosofie. Hier wil ik op door gaan aan de hand van het boek "Voeten in de aarde" uit 1996 over radicale groene denkers, geredigeerd door Frederik Janssens en Ullrich Melle. Onder het kopje "Verscheidenheid, verbondenheid en zelfverwerkelijking" bespreekt Ullrich Melle hierin de filosofie en ecosofie van Arne Naess. Deze Noorse filosoof (geboren in 1912) ziet ecosofie als een door de ecologie 'geinspireerde wereld- en levensbeschouwing. Het is een filosofie van ecologische harmonie en evenwicht. Het bevat een karakterisering, gebaseerd op de volgende zeven punten: 1. De identiteit van wat iets of iemand is wordt bepaald docr zijn "relaties" tot anderen. 2. Alle levensvormen zijn principieel gelijkwaardig. 3. Leven en laten leven. 4. Geen onderdrukking en uitbuiting. 5. Tegen vervuiling en uitputting. 6. Complexiteit versus ingewikkeldheid. 7. Lokale autonomie en decentralisatie. Aan zijn punt 7 wil ik voor "Zelfvocrziening" wat meer aandacht besteden. De groeiende invloeden van ver buiten een lokale regio, zouden haar ecologische en economische kwetsbaarheid verhogen. Lokaal zelfbeheer op basis van materiële en geestelijke zelfvoorziening zijn daarom streefdoelen voor de ecosofie-beweging. Arne Naess betocgt, dat ieder individu handelt vanuit een alomvattend persoonlijk wereldbeeld, bestaande uit een stelsel van fundamentele waarden en veronderstellingen over de werkelijkheid. In het bovengenoemde boek laat men een gesystematiseerde aanzet zien van de persoonlijke ecosofie van Arne Naess, genaamd ecosofie T, waarbij de T staat voor Tvergastein, de naam van zijn in 1937 op 2000 m hoogte, halfweg tussen Oslo en Bergen, gebouwde berghut, waar Naess een groot deel van zijn leven in Spartaanse eenvoud heeft doorgebracht. Arne Naess streeft naar enige systematisering, niet om een dogma te hebben, maar als een nuttig werktuig om onze concrete beslissingen te verbinden met onze principes. Aan de spits van zijn ecosofie staat de norm van "zelfverwerkelijking" door een identificatie, die uiteindelijk de hele biosfeer omvat. Alle leven heeft volgens hem intrinsieke waarde. Zijn inspiratie bronnen zijn hierbij Ghandi en Spinoza, van wie de filosofische systemen overeenkomen in de eenheid en verbondenheid van alles. Uit deze norm van zelfverwerkelijking leidt hij de norm "zelfverwerkelijking voor allen" af, via de veronderstelling dat de identificatie met anderen een kenmerk is van de gevorderde zelfverwerkelijking. Hij komt tot een positieve waardering van verscheidenheid, complexiteit en symbiose, omdat die de mogelijkheden tot zelfverwerkelijking vergroten. Tenslotte leidt hij hiervan meer sociale en politiek principes af, zoals normen vóór lokale zelfvoorziening en autonomie, tegen onderdrukking en uitbuiting en vóór zelfbeschikking. door Rein de Jong Pleidooi voor een DC (Droog Composttoilet) ---------------------------------------------------------------- Deel 1 --------- Het was 1977 toen we onze nieuwe woonplek betrokken. Wat ons meteen opviel was het bijzonder onhygienische toilet. Alles leek beter dan deze te handhaven met zijn verstopte en gescheurde septic tank. Door onze veganistische leefwijze waren we ook de mening toegedaan dat we zeer zorgvuldig om dienden te gaan met onze eigen mest. Als noodzakelijke tussenoplossing ontstond zo het "emmer en composthoop" idee. Ervaring en verdieping in de nodige literatuur maakte duidelijk dat dit niet echt een goede oplossing was. Het mengsel in de emmer stonk nogal, de composthoop was vrij toegankelijk voor vliegen en na 4 jaar zou er eerst sprake zijn van schone compost. Het laatste was wel te ondervangen door het mengsel op de composthoop toe te dekken en de composthoop lange tijd te laten rusten. Maar de aanblik van en de stank uit de emmer was toch een probleem. Toen ik een keer een misstap maakte en een hoeveelheid uit de emmer klotste was de klomp vol. Baaahhh.... Dit ging zo niet langer De volgende oplossing diende bedacht te worden. Wat hier in die tijd wel veel in zwang was, was om de oude, gesloten, regenput om te dopen tot beerput. De beerput kon dan, in ons geval, geleegd worden op de composthoop. Ons grijswater liep via de overloop, van een miniscuul zakputje, in de sloot. Omdat we de beerput niet tevens wilden vullen met toilet spoelwater, om zo het leeghalen van de beerput zoveel mogelijk te beperken, moesten we een alternatieve stankafsluiter zien te creeeren zonder waterspoeling. Deze was niet echt geslaagd. Daarnaast was het leeghalen van de beerput een gebeuren waarbij ons land nog nooit zo'n aura heeft gehad, wat een lucht! Een echt vervelend en vies werkje. Dit ging zo ook niet langer. Wat tijdens de emmer en puttijd heel duidelijk is geworden is dat een mengsel erg vervelende effecten heeft, ronduit vies is en erg stinkt. Sta je wat langer stil bij urine dan is dat op zich een steriele vloeistof. lemand vertelde mij dat het niet onverstandig is om een vuile wond schoon te plassen bij afwezigheid van schoon water. Bekend is ook dat urine gedronken kan worden. Een huisarts vertelde mij evenwel dat urine welliswaar een schone vloeistof is op het moment dat het het lichaam verlaat maar dat onmiddellijk daarna de contaminatie begint en in ras tempo. Faecalien daarentegen zitten altijd vol met bacterien en in een ongunstig geval ook met eitjes. Daarom is er sprake van linke poep. Waarom zou je al die steriele vloeistof nu gaan vuilmaken door het spul te gaan mengen? Het dagelijkse volume urine is zelfs vele malen groter dan die van poep. Ja wordt er vaak geopperd: "Maar als ik moet poepen dan moet ik ook altijd plassen". Om deze reden en omdat een gescheiden opvang niet echt goed aansluit bij het gangbare toiletidee heeft men gekozen voor de dure en ingewikkelde varianten van het huidige composttoilet. Mijn vraag is dan ook: "Als ie moet plassen moet je dan ook altijd poepen ?". Ik heb deze vraag nog nooit bevestigend beantwoord gekregen. Dus gescheiden opvang is voor het allergrootste gedeelte wel degelijk mogelijk en hiermee los je in een klap een heleboel problemen, kosten, werk en gevaren op. Toegegeven gescheiden opvang sluit minder aan op de huidige stoelgangtraditie. De heren zijn al langer vertrouwd met pisbakken. Maar dames, er moet toch een positieve mentaliteitsverandering komen of niet soms? Aldus ecosoferend kwam ik tot het concept van het droge composttoilet, omwille van zijn eenvoud; hygiene en het recht van de vrouw op ook een pisbak. Mijn stelling was dat ik na de stoelgang geen enkel kontakt meer wilde met poep. Hiertoe heb ik een kunsstof ton aan beide zijden 3x doorboord met een gatenboor ten grootte van de diameter van een afvoerpijp. De afvoerpijp heb ik in 3 gelijke stukken gezaagd, ten lengte van iets meer dan de diameter van de ton, en met vele kleine gaatjes doorboort. De geperforeerde pijp heb ik diameter-gewijs door de gatenboorgaten van de ton gestoken en de aansluiting tussen ton en pijp dichtgekit. Op de 6 uiteinden van de uitstekende pijpjes zijn 6 afdichtdopjes gebruikt. In het deksel van de ton is een rond gat met een redelijke diameter gezaagd en in dit gat is een houten afdichtdeksel met handvat geplaatst. De eerste stoelgang wordt voorafgegaan door het strooien van een handvol gehakseld stro. Na de stoelgang gaat het gebruikte ongebleekte WC papier (= DC papier) en een handvol gehakseld stro in de ton. Enige urine wordt door het papier en de gehakselde stro voldoende geabsorbeerd. Twijfel je hier aan gebruik dan meer stro en papier. De aldus onstane inhoud is dus droog dit houdt in dat het toilet niet stinkt. Het aangezicht blijft altijd stro en er zijn geen moeilijke toestanden nodig om stankktegen te gaan. Noch enig aftapkraantie is wenselijk. Als de ton vol is wordt hij buitengeplaatst. Er wordt een emmer water in de ton gegooid. De rottingsprocessen kunnen eerst nu een aanvang nemen. Het deksel wordt verwisseld voor een dicht deksel. De ton wordt naar de bestemde plaats buiten gerold en wel over zijn kop zodat de interne pijpen de zaak nog eens goed kunnen mengen. De 6 afsluitdopjes halen we van de pijpjes af. Over de uiteinden van de pijpjes wordt nu een fijnmazig zeefje gespannen m.b.v. elastiek (of fietsband in reepjes) tegen de vliegjes. Na een paar maanden wordt in de ton enige zwarte aarde geschept en wederom gemengd. Daarna worden er pieren gestoken en de ton hiermee geent. De pieren eten alles op en na een paar jaar heb je in de ton een perfekt produkt. Wat zeker voor de veganist uitermate welkom is. De door mij gebruikte ton was hoog waardoor je een opstapje nodig had. De urine werd opgevangen m.b.v. een grote trechter die stond in een 10 ltr vat. Deze trechter werd schoongehouden met een plantensproeier. Voor dit vaatje heb ik een vernevelstuk gemaakt. Was het vaatje vol dan sproeide ik hem in de boomgaard leeg. Toch stinkt ook urine al snel, daarnaast is het eigenlijk te scherp voor planten en was deze methode niet echt geslaagd. Leuke anecdote is dat zwangerenurine veel oestrogeen bevat. Dat dit inderdaad een stimulans is voor de plantengroei hebben we mogen ervaren. Aardig van de natuur dat ze de planties beter laat groeien als er kleintjes op komst zijn. Ondanks de goede ervaring ben ik door de hoeveelheid tonnen met deze methode gestopt. Ik vond het zonde ze allen te moeten verzagen. Daarom heb ik nu gekozen voor een lager model ton (zithoogte!). Het wordt nu de bedoeling deze niet meer te perforeren en alleen te voorzien van een goed afsluitende en comfortabele bril. Buiten komt dan een composteervat, zoals door vele gemeenten aangeboden, te staan. Is de ton vol dan wordt hij hier ondersteboven op geplaatst en leeggegooid. Dan wat zwarte aarde erover en een emmer water. Zo'n composteervat is van onder geperforeerd dus hoop ik dat de pieren hun weg zelf zullen vinden. Over de positieve en negatieve resultaten houd ik jullie op de hoogte! Volgende keer verder Theo Mohaupt -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- WALWONING 1. Grondwerk -------------------- In een eenvoudigste situatie worden de zijwanden (1) uit stroken langszij (2) opgehoogd. Af- en aanwateringspijpen (3), eventuele- dakankers (4) daarbij ingeaard. Niet in alle gevallen zal aanwezige grondsoort en bodemgesteldheid de dakdragende aardwerken vormbestendig opleveren. Maar met goede afwerking van de hellingen en correctiemogelijkheden achteraf lijkt de bouwwijze vrij algemeen toepasbaar. Naast vormbestendigheid zijn vochtgehalte en warmte van de kuip, overkapt en bewoond, van belang. Zal soms begroeiing van het buitentalud regenwater voldoende afvoeren en het grondwaterpeil een droge vloer garanderen, natuurlijke of kunstmatige vocht en mogelijk warmteregulerende voorzieningen komen hier het eerst aan de orde. AI naar gelang kan de vloer wat onder of boven het maaiveld worden gesitueerd. Uitgegraven greppels te bestemmen voor afvalwaterzuivering, waterreservoir, vijver, dieptekas en dergelijke. Een kelder in een later stadium aan te leggen. De aardkom kan mede op temperatuur worden gebracht doormiddels het dak ingevangen zonnewarmte. Warmtewerende lagen binnenin (5) buitenom (6) en zelfs ondergronds (7) wellicht luchtcirculatiekokers (8) ertoe te onderzoeken en te ontwikkelen. Meerdere waltypen ook dan het uitgewerkte, andere afmetingen. kunnen worden beproefd. Voorzover meest eenvoudig tot dusver, goedkoop, schoon, brandstofbesparend, aangenaam koel, doet zich de vraag voor waarom de bouwwijze er niet allang is. Een klei- of leemlaag, plantaardige isolatie, goede begroeiing onder meer houden vocht immers buiten, warmte desgewenst binnen. (2. Dak) peter piscaer -------------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Buitentuin --------------- Mits vervoer van en naar in samenhang al dan niet met overnachtingen nabij geregeld kan aan een buitentuin overmorgen bij wijze van spreken worden begonnen. Grond onder agrarise of aanverwante bestemming en zonder bezwaar tegen aanplant gedeeltelijk van bomen en struiken is overal hier en daar wel momenteel vrij probleemloos te koop voor ongeveer 3 tot 5 gulden per vierkante meter. Zinvol hierbij lijkt het een individueel en qua burger gelijk eigendom van 'earth yards' voor ogen te houden. Een goed, veelal coöperativ in te passen plantplan van op termijn in locaal biologi- se grondstoffen voorzienende vegetatie staat vervolgens garant voor aanvullende uitgaven en nuttige tijdsbesteding. Waarna opbrengsten in natura of geld kwaliteiten van plan en management toet- sen, onder de aantekening dat elke 'earth yard' op sommige consumptive beste- dingen ontspaard, op zich al meervoudige winst is. (1) (1) Op mens, dier, plant, milieu belastende productie, op consument belastende consumptie, de grond zelf. pp. Buitentuin 2 > Zelfvoorziening 6. PROMOTIE Oude-en nieuwe abonnees ontvangen bij dit nummer gratis en uiteraard vrijblijvend een promotiepakket, desgewenst te verspreiden, versturen, copiëren, verkopen. Naar het zich verder laat aanzien is het blad ook present op UTOPIA ' 98, idealen in uitvoering, een project van Omslag, werkplaats voor duurzame ontwikkeling. .Kraaybeekerhof, Diederichlaan 25, Driebergen, zondag 17 mei, 10.00 - 17.00 uur, info 073.5941622, of 030.2730100 MEDEDELING : Zelfvoorziening 6 per juli' 98. -------------------------------------------- Uitgave: Studio zelfvoorziening, ... . Copij: per eenzijdig a5. Advertenties: f 1.00 per regelruimte, abonnees 4 r. gratis. Prijs: f 3.00, zes vooruit 15.00, vijf ineen 10.00 . ==================================================== schaalaanduidingen bij benadering ^ |